De verloren geschiedenis van de mens
De verloren geschiedenis van de mens
Introductie   ·   Oude Geschriften   ·   Atlantis  ·   Archeologische plaatsen  ·   Mars  ·   Anomalieën

De zonen Gods en de mensendochters


Engelen werden figuurlijk gesproken gezien zoals de handen en voeten waarmee de schepping vorm werd gegeven. Vanuit de energie van de Bron werd door de verschillende hemelse hiërarchieën alles geschapen: het universum, de aarde en alles daarin. Als we vandaag de dag aan een engel denken, denken we aan een spiritueel wezen met een niet-fysiek lichaam, een dienaar van God. In het verleden in de tijd van het Bijbelse boek Genesis was dit begrip echter onbekend. Het boek Genesis en het Boek van Henoch maakte gewag van wezens die men de "zonen Gods" noemde die van boven uit de lucht kwamen, uit de hemel.


Nu is het begrip "zonen Gods" in feite geen perfecte vertaling. De oorspronkelijke Oud-Hebreeuwse begrip voor "zonen Gods" is "Bene Elohim". En, zoals vermeld in the hoofdstuk: "Mesopotamische mythen en de Elohim", is het begrip "Elohim" een meervoudsvorm van het enkelvoudige "Eloha", en betekend dus "goden" of "goddelijke wezens", in plaats van "God". Bene Elohim is dus preciezer vertaald als "zonen van goddelijke wezens". Dit is tevens zo in het Aramees (de taal die Jezus zou hebben gesproken): aangezien het Aramese begrip: "Bar-Elahin" wordt vertaald als: "een zoon van de goden". (Bron: kjvonly.org)


Afgezien van het Bijbelboek Genesis worden ook in andere Bijbelse verhalen, zoals het boek Daniël, engelen in de oorspronkelijke Oud-Hebreeuwse taal in feite: "Bene Elohim"/"zonen van de goden" genoemd en "Bar-Elahin" in het Aramees, maar werden later vertaald als "engelen". De Engelse vertaling was in feite gebaseerd op de Griekse vertaling in plaats van de oorspronkelijke, veel moeilijker te vertalen, Oud-Hebreeuwse teksten. Het begrip "engel" komt dan ook van het Griekse begrip: "aggelos", wat "engel" of "boodschapper" betekend. De Nederlandse vertaling is weer gebaseerd op de Engelse.


In de Bijbelse teksten werden engelen gezien als bovennatuurlijke wezens, aangezien men geloofde dat ze rechtstreeks van God kwamen. Een engel kon vanuit schijnbaar het niets verschijnen als een schitterend wezen, maar ook als een normaal ogend menselijk wezen, vaak om mensen raad te geven in de vorm van een boodschap vanuit de Goddelijke wereld. In andere teksten, zoals in het boek Daniël, lezen we over een engel die drie kinderen redde die in een brandend fornuis werden geworpen omdat ze weigerden een gouden afgodsbeeld te aanbidden die de koning had gemaakt Zij werden niet verteerd door het vuur omdat een beschermende engel bij hen was.

The Anunnaki zouden volgens Zecharia Sitchin al rond 445.000 v.Chr op de aarde aangekomen zijn. Tussen 350.000 v.Chr en 200.000 v.Chr zou de mogelijke tijdspanne kunnen zijn van het verhaal van Henoch en dus tevens het Bijbelse verhaal over de gemeenschap tussen de "zonen Gods" en de "mensendochters"; Deze tijdspanne is gebaseerd op het gegeven van Daan Akkerman dat dit gebeurd zou zijn gedurende de overgangsfase van het tijdperk van Lemurië (350.000 v.Chr) naar het tijdperk van Atlantis (200.000 v.Chr).


Volgens Daan Akkerman zou het elektromagnetische veld van de aarde veranderd zijn met de laatste aardsveranderingen in de tijd van het zinken van de laatst overgebleven eilanden van Atlantis (rond 9.900 v.Chr), wat de verdere verdichting van materie veroorzaakte waardoor er een einde kwam aan de mogelijkheid voor "spirituele" wezens (goden/engelen/geesten) om zich vrij te materialiseren en dematerialiseren naar behoeven, en waardoor incarnatie als enige mogelijkheid overbleef om het leven op aarde te ervaren. Na deze tijd konden engelen de mensheid slechts beïnvloeden vanuit de geestelijke wereld door middel van gedachtes en inspiratie (volgens modernere verhalen over engelen lijkt het alsof er wel enige uitzonderingen zijn), maar voor deze tijd zouden ze zeer actief zijn geweest op de aarde in fysieke vorm.


Zowel de Anunnaki als de Igigi maakten deel uit van deze "zonen Gods"/"zonen van de goden". In de tijden wanneer zij op de Aarde waren kon men een tijdelijke fysieke vorm aannemen, met als doel om direct de aardse materie te kunnen beïnvloeden. Zoals in het hoofdstuk: "De hof van Eden" besproken, hadden de Anunnaki-groep de aardmens geschapen vanwege een tijdelijke noodzaak. Men was echter vooral in het begin zeer tevreden met het resultaat en de schepper Enki wilde de aardmens op den duur zo veel mogelijk vrijheid, wijsheid en intelligentie schenken. Als voor ons bovennatuurlijke wezens, namen de goden de verantwoordelijkheid voor wat zij hadden voortgebracht, en stuurde de mensheid vervolgens in haar ontwikkeling en evolutie. Een minderheid meende echter dat ze vanwege deze creatie de aardmens konden bezitten en exploiteren en hierdoor ontstonden conflicten en zelfs een oorlog tussen de goden. De mensen konden zich over het algemeen vast niet veronderstellen dat men van andere delen uit het universum kwam.


De oude verhalen vertellen ons dat een specifieke, relatief gezien lagere tak van de engelenhiërarchie haar taak in de hemelen had om de schepping in de gaten te houden.


Omdat ze hun taak in de hemelen hadden was het hen dan ook verboden om naar de aarde te komen. Toen ze echter bewondering kregen voor de schone aardse vrouwen, zwoor een zekere groep van deze engelen onder elkaar een pact waarbij men gezamenlijk, onder leiding van de engel Azazel, in opstand kwam en afdaalde naar de aarde om daar vrouwen voor henzelf uit te kiezen. Volgens het boek Henoch, waar deze engelen "Grigori" werden genoemd, gebeurde dit op de Hermonberg; gelegen in de Anti-Libanon (bergketen) op de huidige grens van Libanon, Syrië en Israël.


Dit verhaal werd al op Soemerische kleitabletten beschreven en variaties van het verhaal zijn terug te vinden in heilige geschriften zoals de Tenach, het Oude Testament, de Koran, en de boeken van Henoch. Het tweede boek van Henoch beschrijft de Grigori als talloze soldaten die eruit zagen als mensen en groter waren dan grootse reuzen die met hun prins Satanail de Heer van het licht verwierpen. (Het lijkt erop dat Satanail een andere naam is die aan Azazel is gegeven, en zou kunnen betekenen: "de onvrome". Zoals eerder genoemd is "satan" slechts het Oud-Hebreeuwse woord voor "tegenstander".) Deze groep engelen brachten de mensen weliswaar kennis bij en leerden ze ambacht, maar lang niet alles wat ze de mens leerde was goed voor hen; Zoals het vervaardigen van wapens, en kennis van tovenarij en bezweringen.


Daarnaast verwekten de aardvrouwen reuzen door gemeenschap met deze engelen, die voor grote problemen zorgden. (Zie Genesis 6:1-4. Volgens het Boek der Reuzen tevens "monsters".) Omdat de factie van Enki de aardmensen geschapen had door middel van de kruising van hun Anunnaki-genen met die van de mensachtige aardsoort (dat waarschijnlijk de aapmens was) waren deze engelen en aardvrouwen waren genetisch verenigbaar. Vele aardvrouwen stierven echter nog voordat ze bevielen, vanwege de ontzettende grootte van hun embryos.

Naast het Bijbelse boek Genesis worden tevens reuzen genoemd in zowel de Noordse als de Griekse mythologie. Door de Grieken werden ze "Titanen" genoemd, en volgens bepaalde mythen zijn ze beschreven als de zonen en dochters van Uranus (de hemel) en Gaia (de aarde); Letterlijker genomen verwijst het natuurlijk naar de nakomelingen van de wezens van de hemelen en van die van de aarde. "Titaan" is tevens ook een Soemerische woord dat betekend: "zij die in de hemel leven", en lijkt daarom een verwijzing naar de Grigori/Igigi. (link) Deze reuzen werden aanvankelijk "helden" en "mannen van naam" genoemd, omdat de mensen zeer tevreden met hen waren aangezien ze zeer sterk waren en veel goede dingen deden met hun kracht, maar op een gegeven moment ging het echter helemaal mis.


Ze hadden namelijk zoveel voedsel nodig dat ze de voedselvoorraden uit begonnen te putten, wat hen dan ook niet in dank werd afgenomen. De gewone mensen begonnen zich aan de reuzen te ergeren en als gevolg werden de reuzen dan ook gediscrimineerd en geminacht waardoor vele reuzen zich op een gegeven moment met elkaar in opstand kwamen en vanuit hun boosheid en woede zich tegen de gewone mensen keerde en deze in hun onstilbare honger begon op te eten.


Daarnaast begonnen ze ook met het verorberden van iedere vogel, beest, reptiel en vis, die ze maar konden vinden, de één na de andere. Ze werden daarom vanaf dat moment ook wel Nephilim genoemd, wat betekend: "de Gevallenen". (Zie: "Het Boek van Henoch".) Ze waren tevens bekend onder andere namen zoals de Emim, Refaïeten, Gibborim, Zamzummim, en de Enkaïeten. Vrij vertaald uit hoofdstuk 4 van het boek: "Legends of the Jews" (1909), door Lious Ginzberg:

Het nageslacht van deze allianties tussen de engelen en de Kaïniete vrouwen waren de reuzen, bekend om hun kracht en hun zondigheid; en zoals hun eigenlijke naam, de Emim*, aangeeft, jaagden ze schrik aan. Ze hebben vele andere namen. Soms worden ze met de naam Refaïeten* genoemd, omdat één blik aan hen iemands hart zwak maakte; of met de naam Gibborim, simpel gezegd reuzen, omdat hun grootte zo enorm was dat hun dij achttien el meette; of met de naam Zamzummim, omdat ze grootse meesters waren in oorlog; of met de naam Enkaïeten***, omdat ze de zon raakten met hun nek; of met de naam Ivvim, omdat ze, zoals de slang, de kwaliteiten van de pootaarde konden beoordelen; of tenslotte met de naam Nephilim****, omdat, door de wereld ten val te brengen, brachten zij zichzelf ten val."

(* Emim betekend: "de Angstaanjagenden"; ** Refaïeten (Engels: Rephaim) betekend: "de Doden". Mogelijk vanwege hun geweten- en zielloosheid; *** Enkaïeten (Engels: Anakim) betekend: "Zij die lange nekken hebben."; **** Nephilim betekend: "de Gevallenen".)


Omdat ze zo groot en sterk waren kon geen enkel normaal mens iets beginnen tegen deze reuzen. (Volgens Edgar

Cayce hadden ze een gestalte van zo'n 3 tot 3,6 meter.) Wet, orde en rechtvaardigheid kon hierdoor niet worden gewaarborgd en hierdoor namen ook de gewone mensen op de duur hun zondig gedrag over. Zelfs tot aan de hemelpoort zou het geklaag te horen zijn geweest van de slachtoffers en daarbij de oproep tot rechtvaardigheid. Zoals het boek Henoch verteld, voerde de profeet Henoch zijn taak uit om de boodschap van de Heer te verkondigen aan de zondige engelen die luidde dat ze onmiddenlijk dienden te stoppen met hun inmenging en activiteiten want anders zouden ze zwaar worden gestraft


De engelen negeerden de boodschap echter en vandaar dat ze opgespoord werden en gevangen werden gezet. Vanwege hun ongehoorzaamheid werd deze groep, die hun hemelse glorie hadden verworpen in ruil voor een aards leven, in het boek Henoch ook wel de "gevallen engelen" genoemd.

Het grootste kwaad was toen echter al geschied. De god met de hoogste autoriteit, bij de Soemeriërs bekend als de god Enlil, begon er spijt van te krijgen dat hij de (moderne) mens had geschapen aangezien het mensenras slecht en onzuiver was geworden door het bestaan van de reuzen. Hij vermoedde dat zijn gerommel met de schepping eigenlijk altijd al tegen de wil was van de Allerhoogste, en dat het ongedaan zou moeten worden gemaakt. Dit zou uiteindelijk hebben geleid tot de grote zondvloed. Zijn halfbroer Enki, die direct betrokken zou zijn geweest bij de schepping van de moderne mens, zou echter in het geheim een vrome man, in de Bijbel bekend als Noach, en zijn familie hebben gered, wat tegen de wil was van Enlil.




Volgens het materiaal van de helderziende Edgar Cayce, waren er in de vroege periode van Atlantis "engelachtige" wezens wiens lichamelijke vorm meer als gedachtevormen waren, die zich aangetrokken voelden om te leven in de aardse materiële wereld. Deze “eerste golf” van engelachtige wezens (zonen Gods), die naar de aarde kwamen en hier incarneerden, werden hierdoor de "mensenzonen" (of zonen van de Aarde). Vandaag de dag zouden we echter de term "engelen" gebruiken in plaats van "zonen Gods".


Vanwege deze overgang naar de stoffelijke wereld daalde het bewustzijn van deze eerste golf zielen echter zo sterk dat men compleet in de illusie van de afgescheidenheid geraakte en verstrikt begon te raken in de materie. Een aantal zielen werden tevens deze wezens die eruit zagen als gedeeltelijk mens en gedeeltelijk dier - met inbegrip van de sater, zeemeermin en dergelijke - omdat zij dit zelf wilden, omdat men dacht dat dit voordelen zou hebben. (Zie Edgar Cayce Reading 364-10 tot 11.) Het lijkt erop dat Edgar Cayce hier deze zielen noemt die een incarneerden in half menselijk, half dierlijke lichamen gedurende de tijden van genetische experimenten in Atlantis. (Zie het hoofdstuk: "Atlantis - Genetische manipulatie".) Deze wezens zouden tevens de basis hebben gevormd voor de legendarische schepsels uit de Griekse en Romeinse mythologie en mogelijk ook mythologieën uit andere landen.


Deze eerste zielengolf kon echter niet zelf zonder enige hulp terugkeren naar hun oorspronkelijke hogere engelachtige staat van bewustzijn. Dit werd opgemerkt door Amilius - door Edgar Cayce ook wel de "Christusziel" genoemd. Amilius zou volgens Edgar Cayce later tevens geïncarneerd zijn als de profeet Henoch, Hermes, Melchizedek (hogepriester en koning van Salem oftewel Oud-Jeruzalem), Jozef (de zoon van Jakob), Joshua (de krijger), Asaf (musicus en ziener onder koning David en Solomon), Jeshua (hogepriester), Zend (de vader van Zoroaster. Zoroaster was de grondlegger van het Zoroastrisme) en tenslotte degene die we Jezus van Nazareth noemen, die een volmaakte éénheid met het goddelijke bereikte. Deze eenheid noemde men de “Christus” (wat betekend: “de gezalfde”) en daarom verwees Edgar Cayce naar hem als de "Christusziel". (De codex genaamd: "Melchizedek" uit de Nag Hammadi codices impliceert tevens dat Melchizedek dezelfde (entiteit) was als Jezus.)

In een poging om deze mensenzonen te helpen en de invloed van het kwaad tegen te gaan dat uit de heersende onwetendheid voortkwam, leidde Amilius de zielen van een andere groep engelen - die Edgar Cayce de "tweede golf" noemde - naar de aarde. Deze engelen (zonen Gods) waren spiritueel gevorderde wezens afkomstig uit andere delen van het universum. Zij bereikten hun doel door het fysieke evolutieproces te sturen op een manier zodat meer geschikte lichamen voor deze zielen werden gemaakt waar zij in konden incarneren. Toen uiteindelijk de gewenste fysieke vorm geperfectioneerd was, liet Amilius zich vrijwillig verstrikken in het materialisme, als de allereerste "Adam" (wat betekend: "mens" of "mensheid") in het hof van Eden in Mesopotamië om de verstrikte zielen te helpen. De Adam was dus in principe de eerste mens van een herziene en geperfectioneerde soort (aanneemlijkwijs de "Homo Sapiens"; de moderne mens). Er waren in totaal vijf Adams op vijf verschillende plekken op aarde die de stichters waren van de verschillende mensenrassen zoals wij die vandaag de dag kennen.


Later volgende een andere groep van de zonen Gods (zij die we nu ook wel de "gevallen engelen" noemen in het Boek van Henoch). Toen zij zagen dat de mensendochters (van het nieuwe mensenras van Adam) beeldschoon waren kwam men in opstand en landde op de aarde. Volgens de legendes veranderde men hierdoor, net als de eerste golf, tevens in materiële wezens waarbij men niet meer terug kon keren naar hun eerdere engelachtige staat.

Onder de mensen van Atlantis ontstond er vervolgens het onderscheid tussen zij van het nageslacht van het zuivere mensenras (van Adam) die zichzelf: de "zonen van de Wet van Eén" noemde; die streefden naar gelijkheid en eenheid - en zij die de "zonen van Belial" werden genoemd; waartoe zowel de gevallen engelen behoorden als hun nageslacht met de mensendochters, en die zich verder toegaven aan zelfzuchtigheid en afscheiding. Deze groepen vormden tegengestelde partijen, en vanwege hun conflicterende ideologieën ontstond er een langdurig conflict tussen hen. Gedurende deze tijd bestonden er in die tijd nog altijd velen van de eerdergenoemde gedeeltelijk mens, gedeeltelijk dierlijke wezens die toen de "dingen" werden genoemd, aangezien ze niet volledig mens nog dier waren. Deze werden als slavenarbeiders gebruikt, en dit was de grootste bron van conflict; De zonen van Belial wilden hen blijven exploiteren, maar zij van de Wet van Eén wilde juist dat deze wezens meer rechten, vrijheid en mogelijkheid voor spirituele ontwikkeling kregen.

Volgens James Tyberonn (www.earth-keeper.com), die "Aartsengel Metatron" beweert te channelen, woonden de zonen van de wet van Een hoofdzakelijk op het Atlantische eiland Poseidia (oftewel Poseida/Poseid/Poseidonis), terwijl de zonen van Belial hoofdzakelijk op een ander Atlantisch eiland woonden dat Aryan heette. (Bron: "The Story of the Fall of Atlantis - and the Atlantean use of Crystals".)

De zonen van Belial worden tevens genoemd in de Hebreeuwse Bijbel waar Belial meestal vertaald wordt als "waardeloosheid"; zoals in het "ontbreken van waarde", en kan geïnterpreteerd worden als "wetteloos"; degenen zonder wetten, en "Belial" is gewoonlijk beschouwd als een demon, Satan of de personificatie van het kwaad. Misschien zijn de Engelse woorden: "lie" (leugen) en  "belie" - wat "een verkeerde voorstelling geven aan" betekend - ook wel afgeleid van de naam Belial. De acties van de zonen van Belial - waaronder de verdraaiing van hoogstaande spirituele idealen - leidde tot de spirituele achteruitgang van Atlantis en droeg bij aan de ondergang van het eilandenrijk. Door list en bedrog kreeg men uiteindelijk de geavanceerde technologie van Poseidia in handen waarna hun krachtbronnen werden gebruikt als wapens voor overheersing en oorlogsvoering. Het achteloze gebruik van de uitvindingen - die men als wapens gebruikte - leidde uiteindelijk rond 9.900 v.Chr tot de ondergang van Poseidia; Het laatste resterende eiland van Atlantis.

Paul Solomon beschreef duidelijk in zijn readings dat de zonen van Belial van de planeet Mars kwamen. Op het moment wanneer deze planeet dichterbij de aarde kwam te staan, verplaatsten deze zielen zich naar de aarde. (Volgens Zecharia Sitchin was Mars in deze tijd een onvruchtbare woestijnachtige planeet waar de Igigi-"goden" een kolonie hadden, meer dan een half miljoen jaar na de grote planetaire ramp die de oorspronkelijke Marsbewoners trof). Een andere groep zielen van de planeet Venus volgde, om de zelfzuchtige intenties en activiteiten van de groep die van Mars kwam, tegen te gaan. (Bron: Reading 176, 7/73) Aangezien de zonen van Belial als de geïncarneerde "gevallen engelen" veel van hun kennis zouden hebben behouden toen ze in het vlees traden, zou het kunnen zijn dat men nog wist dat men van de planeet Mars kwam omdat de naam "Arië" of Aryan/Arian - het land van Atlantis waar de meeste van hen woonden - namelijk in verband kan worden gebracht met Ares; de Griekse god van de oorlog die later door de Romeinen werd overgenomen als de god Mars. Arië/Aryan zou dus betekend kunnen hebben: "zij van Ares/Mars".

Volgens het Joodse geloof in de Thora zouden de mensendochters uit het verhaal specifiek de afstammelingen van Kaïn betreffen, maar deze bewering is in het overeenkomende verhaal in de Bijbel echter niet terug te vinden. Slechts gebaseerd op deze bewering wordt het verhaal van de zonen Gods en de mensendochters vaak geïnterpreteerd als de vermenging tussen de afstammelingen van het ras van Adam's zoon Seth, die in de bergen zouden leven, en de afstammelingen van zijn zondige zoon Kaïn, die zouden leven op het vlakke land. De problemen met deze opvatting zijn echter dat deze bewering nergens in de oude teksten als zodanig is beschreven en in geen enkele oud geschrift worden de afstammelingen van Seth genoemd als "zonen Gods" of aangeduid met een vergelijkbare naam. Deze interpretatie past ook niet in de context van het verhaal over hun reusachtige nageslacht.

Het boek: "A Dweller on two Planets" (1894) (een verblijver op twee planeten) was een boek dat volgens de schrijver Fredrick S. Oliver op mediamieke wijze aan hem overgebracht werd door de ziel die zich Phylos de Tibetaan noemde. Hier werden verschillende namen gegeven aan het volk van Atlantis, met inbegrip van: "de zonen Gods". (The Sons of God.) Geciteerd en vrij vertaald naar het Nederlands van pagina 204:


"Atl, gekend door de oude aarde als Atlan, Koningin van de Zeeën" en haar volk als "Kinderen van Incal" *, oftewel, "Van de Zon", en als de "zonen Gods". Wat zijn de machtigen gevallen!" 


(* "Incal" was de benaming voor "God" tijdens de tijdsperiode van Atlantis. Net zoals in het oude Egypte werd de zon vaak gebruikt als het symbool voor de eenheid van Al-Wat-Is.)



Auteur Elisabeth Haich schrijft over haar herinneringen aan haar vorige levens in haar boek: "Inwijding", waaronder het verhaal over haar leven als de dochter van een zekere farao. Volgens haar boek zou deze farao voort zijn gekomen vanuit een lijn van mensen die zichzelf tevens de "zonen Gods" noemde.

Volgens Daan Akkerman's boek "Lanto 1: Atlantis en ufo's (2003)", maakten de oorspronkelijke "zonen Gods" oorspronkelijk deel uit van zekere buitenaardse groeperingen afkomstig van de constellatie Orion, waartoe tevens deze groep behoort die we vandaag de "gevallen engelen" noemen in onze religieuze geschriften. De latere groep uit Atlantis en Egypte die zichzelf "zonen Gods" noemde, zoals in het boek van Elisabeth Haich, waren volgens Daan Akkerman niet altijd afstammelingen uit de bloedlijn van de oorspronkelijke zonen Gods, maar zouden op deze manier naar zichzelf hebben verwezen omdat ze wisten dat niet alleen engelen, maar alle mensen zonen van God waren omdat God het collectief van Alles is, maar hun bewustzijn over dit feit was groter dan de meesten.

Het tafereel van de reuzen, mensendochters, goddelijke zonen en hun kinderen gebeurde volgens Daan Akkerman tijdens de overgangsfase tussen Lemurië en Atlantis. Gedurende deze tijd waren de lichamen van de wezens op aarde nog niet geheel materiëel verdicht. Er waren wezens die konden reizen tussen aarde en Kosmos die zichzelf konden manifesteren in fysieke vorm en daardoor ook lichamelijke gemeenschap konden hebben. Hierdoor was het mogelijk dat men kinderen kreeg wiens intelligentie en kracht ver boven het peil uitstegen van het menselijke ras uit die tijd. Dit is waarom zij de "helden" en "mannen van naam" werden genoemd werden in de oude teksten; Zij waren namelijk in staat dingen te doen die de gewone mens niet kon verwezenlijken. Op deze manier zijn er velen ter wereld gekomen die, vanuit deze bloedlijn, nog steeds het bloed van deze helden in hun aderen hebben, puur lichamelijk gesproken, vanwege deze vereniging tussen deze Nephilim en de mens in de oudheid.



Volgende pagina: "De reuzen"

Vorige pagina: "Verboden vruchten"

Terug naar boven



Interessante website? Deel het met vrienden:

FacebookTwitterGoogleDiggRedditLinkedInPinterestStumbleUpon

Geen enkele tekst op deze website mag zonder toestemming gekopiëerd
worden of elders gebruikt zonder uitdrukkelijk geschreven toestemming van de auteur.
Voor vragen en feedback kunt u contact opnemen met de auteur.