The Lost History of Man


Introductie     ·     Oude geschriften    ·    Atlantis    ·     Archeologische plaatsen    ·     Mars     ·     Anomalieën

Legendarische schepsels

Op aarde zijn in de loop der tijd bepaalde diersoorten uitgestorven maar er ontstaan anderzijds ook nieuwe diersoorten. (Jaarlijks worden er weer nieuwe soorten ontdekt.) Vaak heeft dit te maken met het natuurlijke vermogen van het organisme om zich aan te passen aan het veranderende leefgebied. We zouden hier gewoonlijk het woord "evolutie" kunnen gebruiken maar dit woord heeft vandaag de dag echter de betekenis gekregen van: "de groei naar een hogere graad van ontwikkeling", terwijl het hier in wezen om aanpassing gaat en niet om groei.

In verschillende oude teksten worden wezens beschreven die we vandaag niet kennen en omdat we  hier geen fysiek bewijs voor kunnen vinden wordt vaak gedacht dat het hier om verzonnen dieren zou moeten gaan. Alhoewel sommige wezens - waaronder draken en slangen - soms slechts voor symbolische doeleinden gebruikt werden zouden ze gebaseerd kunnen zijn op wezens die ooit werkelijk bestaan hebben. Naast de oude mythologieën van de wereld vinden we dit soort wezens onder andere ook in de oude Joodse en Hebreeuwse geschriften. Het is mogelijk dat de Joodse legendes de oudste bekende geschriften zijn waar tevens wezens worden beschrijven die vandaag de dag niet (meer) bestaan, waaronder de feniks; een vogel die haar nest en daarbij haarzelf tegen het einde van haar levenscyclus in brand stak waar vanuit de asresten een nieuw kuikentje tevoorschijn kwam waar haar ziel zich weer opnieuw in zou kunnen zetelen voor de volgende 500 jaar.

Het is weinig bekend dat de wilde gehoornde familielid van het paard: de "éénhoorn" niet alleen in Europese legenden wordt genoemd maar tevens in verschillende boeken van het Oude Testament in de Bijbel; Zie Job 39:9-10, Numeri 23:22 en 24:8, Deuteronomium 33:17, Psalm 22:21, 29:6, 92:10 en Jesaja 34:7. Eénhoorns werden nog steeds afgebeeld op Europese wandtapijten uit de vijftiende en zestiende eeuw en zelfs de beroemde uitvinder en kunstenaar Leonardo da Vinci schreef over de éénhoorn in één van zijn notitieboeken, wat het aannemelijker maakt dat dit dier mogelijk geen fantasiedier was, maar dat het in de oudheid werkelijk zou hebben kunnen bestaan.

Afhankelijk van de Bijbelvertaling, worden in het Bijbelboek Jesaja zowel de "basilisk" en de "vurige vliegende slang (of draak)" in een letterlijke context genoemd alsof ze werkelijk bestaan zouden hebben. (Zie deze verschillende vertalingen.) Uit Jesaja (30:6):

"De last der beesten, van het zuiden, naar het land des angstes, en der benauwdheid, van waar de sterke leeuw en de oude leeuw is, de basilisk en de vurige vliegende draak; hun goederen zullen zij voeren op den rug der veulens, en hun schatten op de bulten der kemelen, tot het volk, dat hun geen nut doen zal."



Deze vliegende slangen zijn misschien in verband te brengen met de zogenaamde "lindwormen" uit de Europese mythologie en folklore, waar ze werden beschreven als slangachtige halfdraken die zowel gevleugeld kunnen zijn of niet, vier- twee- of geen ledematen hebben en een giftige beet kunnen geven. Vanwege verhalen zoals de "Lambton Worm" is het evident dat het woord "worm" een oud woord was voor een slangachtig en draakachtig wezen, eigenlijk een soort zeeslang maar welke tevens op het land kon leven.




Afbeelding van de Mushhushshu op de Ištarspoort


Cilinderzegelafdruk


De afbeelding, hier linksboven te zien, is onderdeel van de muren van de Babylonische "Ištarpoort"; oorspronkelijk een oude stadspoort van Babylonië. De muren van de  Ištarpoort werd tot een hoogte van meer dan 14 meter gereconstrueerd en bevind zich momenteel in het Pergamonmuseum in Berlijn. Onder de afbeeldingen op de muren van bekende dieren zoals: leeuwen, stieren, paarden en de nu uitgestorven oeros vinden we afbeeldingen van het dier dat "mushhushshu" ("moesjhoesjshoe") genoemd wordt (zie afbeelding linksboven), wat vrij vertaald: "prachtslang" betekend in het Akkadisch. Het ziet er zonder twijfel uit als een gemengd wezen met onderdelen van verschillende dieren. Uitbeeldingen van dit wezen zijn eeuwenlang voor het grootste gedeelte ongewijzigd gebleven in de oude Babylonische kunst, waardoor de Duitse vooraanstaande archeoloog en architect Robert Koldewey (tevens de ontdekker van de Ištarpoort tussen de jaren 1899 en 1914) er van overtuigd raakte dat dit wezen echt bestaan zou kunnen hebben in het verleden. De afbeelding hier rechtsboven is een waarschijnlijk veel oudere afbeelding afkomstig van een cilinderzegel.

Dit beest lijkt veel op het zogenaamde "Speurbeest" (Engels: "Questing Beast" of "Beast Glatisant") van de Arthurlegenden; Een beest dat de kop van een slang zou hebben, het lijf van een luipaard, de achterkant van een leeuw en de voorpoten van een hert of konijn. De benaming: "Speurbeest" blijkt echter een onjuiste vertaling aangezien "glatisant" het Franse woord is voor "keffen" of "blaffen" en het Engelse woord "to quest" naast "speuren" tevens "blaffen" kan betekenen. Het "Keffende Beest" zou dus een preciezere vertaling zijn. Uit zijn buik zou namelijk een geluid hebben geklonken wat leek op "dertig keffende honden". Populaire interpretaties zien de Mushhushshu als een draak of draakachtig wezen.


In de heilige geschriften waaronder de Bijbel worden de "Cherubijnen" tevens als gemengde schepselen beschreven. Cherubijnen werden gezien als de dienaren van de "Heer" werden in de joodse engelenhiërarchie volgens Maimonides een trap hoger vermeld boven de "Ishim"; de "mensachtige wezens" en een trap lager dan de "Bene Elohim": de "zonen van de goddelijke wezens". Het woord "Cherubijn" oftewel: "Cherub" is stamverwant aan het Assyrische "karabu" (wat betekend: "groots", "machtig"), en het Akkadische en Babylonische woord "karibu" (wat betekend: "voorspoedig", "gezegend"). Deze Karibu waren kwaad- en onheil-afwerende bewakers van de tempels en paleizen in het oude Soemerië en Babylonië.

Onder de Karibu kennen we de "Lammasu" (of "Sedu"); een leeuw met een mensenhoofd (zoals als de Egyptische sfinx) met de vleugels van een arend, of een gevleugelde stier met een mensenhoofd. Deze wezens zouden tevens kunnen verwijzen naar de astrologische periodes van Leo (Leeuw) en Taurus (Stier). Het tijdperk van Taurus begon in 4.300 v.Chr. volgens de interpretatie van Neil Mann, welke het tijdsbestek zou betreffen waarin de Mesopotamische cultuur bloeide.


Oude Arabische legendes vertellen over de naties die geschapen werden in de tijd voor Adam (de eerste mens) die "Djinn" (enkelvoud) of "Djinni" (meervoud) werden genoemd. (Hier komt het Engelse woord "Genie" vandaan). De Djinni waren wezens waarvan velen kenmerken hadden die we vandaag de dag "dierlijk" zouden noemen, zoals het hebben van de kop van een vogel of hond. Uit de tekst: "Akhbar Al Zaman" (De geschiedenis van tijd), vertaald door Jason Colavito gebaseerd op de Franse uitgave van "Baron Carra de Vaux", uitgegeven in 1898 als "L’abrégé des merveilles" (en vrij vertaald naar het Nederlands):


"Er is een ras waar men lang en zeer wendbaar zijn en vleugels hebben, en wiens taal wordt gevormd door het knippen met de vingers. In een ander ras, hebben de individuen de lichamen van leeuwen en hoofden van vogels, bedekt met haar en met lange staarten, en hun taal is een zoemen. Een andere ras heeft twee gezichten, één voor en één achter en meerdere voeten; hun taal is vergelijkbaar met die van de vogels. Deze volkeren zijn de djinn; Er is onder andere een soort djinn die de vorm van honden heeft, compleet met staarten; hun taal is een onbegrijpelijk gegrom. In een andere ras lijken degenen op mensen, behalve dat ze hun mond in het midden van hun borst hebben en spreken door te fluiten. Een ander ras lijkt op lange slangen voorzien van vleugels, poten en staart; anderen lijken op helften van mannen, die slechts één oog, een hand en een voet hebben en lopen door te springen en te veren; hun taal lijkt op die van kraanvogels. Anderen hebben de gezichten van mannen en hun lendenen zijn bedekt met een schildpadschild zoals schildpadden; ze hebben klauwen voor handen, lange horens op hun hoofd, en hun taal is vergelijkbaar met het gehuil van wolven. Anderen hebben twee hoofden met twee gezichten, gelijkend op een leeuwenkop, ze zijn geweldig en spreken een onbegrijpelijke taal. Anderen hebben een rond gezicht, witte haren, staarten zoals runderen, en ze spuwen vuur uit hun mond. Anderen lijken op vrouwen, met haar en borsten; er zijn geen mannen in dit ras; deze vrouwen worden zwanger door de wind, en ze brengen nageslacht voor dat op hun lijkt; ze hebben mooie stemmen en trekken veel mensen van andere rassen aan door de charme van hun stemmen. Anderen hebben de vorm van reptielen en insecten. Hoewel ze lang zijn, eten en drinken ze als vee. Weer anderen zijn als de zeedieren; maar ze hebben slagtanden als wilde zwijnen en lange oren. De rest van deze achtentwintig rassen hebben verschillende vormen, en hebben allemaal een wild uiterlijk. Men zegt dat deze volkeren zich met elkaar vermengden, en dat het aantal verschillende rassen groeide naar honderdtwintig."



Bas-reliëf in het paleis van Ashurnasirpal II in Nimrud.


Nog een bas-reliëf.
(Klik op de afbeelding om deze te vergroten)


De Mesopotamische teksten beschrijven zeven wijzen die de Apkallu (Akkadisch) of Abgal (Soemerisch) werden genoemd, en zouden zijn geschapen door de god Enki om de mens cultuur en beschaving bij te brengen. Zij dienden als priesters van Enki en als adviseurs of wijzen voor de vroegste koningen van Soemerië voor de grote vloed. Ze zouden morele codes (Me), ambachten en kunsten hebben overgedragen aan de mens. Ze werden afgebeeld als mensachtigen met vleugels en met het hoofd van een mens of vogel (zie de afbeeldingen hierboven), en soms werd het onderlichaam afgebeeld als de staart van een vis.



Volgende pagina: "Eeuwenoude schedelvervorming"

Vorige pagina: "Anomalieën uit de oudheid"

Terug naar boven



The Lost History of Man
Facebook Twitter Google Digg Reddit LinkedIn Pinterest StumbleUpon

Geen enkele tekst op deze website mag zonder toestemming gekopiëerd
worden of elders gebruikt zonder uitdrukkelijk geschreven toestemming van de auteur.
Voor vragen en feedback kunt u een e-mail sturen naar de auteur: M. Talc